zondag 23 april 2017

GESCHENKBLOUSE



Geschenkblouse  voor Moeder (dag)      

Benodigdheden:
  • Origamipapier  15 x 15 cm (Quilt dubbelzijdig)
  • Vouwpatroon geschenkblouse (ontwerp Rina van Timmeren)
  • After eight of after dinner chocolaatje
  • 130 grams papier, diverse kleuren
  • 3 mm lint diverse kleuren
  • Stickervel tekst zilver S075P
  • Figuurschaar

Werkwijze:
·       Vouw de geschenkblouse volgens tekening 1 tot en met 12
·       Bij tekening 1 en 7 alleen de aangegeven kneepjes maken, niet doorvouwen.
·       Tekening 4: Vouw het deel wat je in de cirkel ziet, zie 4a-4b en 4c
·       Tekening 9: Deze vouw heel voorzichtig maken, de bovenkant van het papier komt iets bol te staan, maak dan ook de vouw bij tekening 10, en dan kun je beide kanten doorvouwen en platdrukken.
·       Tekening 12: Vouw het deel wat je in de half getekende cirkel ziet. Zie 12a-12b en 12c.
·       In de blouse past precies een after eight chocolaatje.
·       Of: Knip van 130 grams papier rechthoekjes van 7,5 x 5 cm. Maak een tekst: Tegoedbon voor   bedenk zelf wat je voor mama wilt doen. B.v. de afwasser uitpakken, stofzuigen, bloemen water geven.
·       Rol de briefjes zo strak mogelijk op, en strik er lintjes omheen.
·       Of, knip aan de rechthoekjes een sierrand, pons een gaatje, en maak ze aan elkaar met een striklint.

·       Plak op het bovenste rechthoekje de tekst: voor mama.





ACHTERKANT VAN DE BLOUSE


woensdag 22 maart 2017

Paashaasjes vouwen






Vrolijke Paashaasjes

Benodigdheden:
  • Origamipapier 7,5 x 7,5 cm(voor de kleine paashaasjes)
  • Origamipapier 15 x 15 cm (voor de grote paashazen)
  • Wiebeloogjes (4 mm en 8 mm) fotoplakkertjes
  • Gaatjes ponstang middel en groot
  • Papicolor fantasiapapier geel
  • Paaseitjes

Werkwijze:
 Snijd het origamiblaadje schuin door. 1 deel is voor het hoofd het andere deel is voor het lijf.
Hoofd:
  1. Vouw naar de punt en weer terug.
  2. Vouw tot eenderde deel naar boven
  3. Vouw de zijpunten langs de middellijn naar boven
  4. Draai het om, vouw de punt naar achteren.
  5. Vouw de onderste punt naar achteren.
  6. Het hoofd is klaar.
Lijf:
  1. Vouw naar de punt en weer terug.
  2. Vouw het langs de middellijn naar beneden
  3. Vouw de onderste driehoekjes tussen de laagjes papier
  4. Vouw tot eenderde deel naar boven
  5. Draai het om
  6. Vouw de zijflapjes
  7. Het lijf is klaar.
  8. Bevestig hoofd en lijf aan elkaar met een fotoplakkertje, plak de oogjes op, pons het neusje en teken het mondje.    Maak er een hele reeks, groot en klein, en hang ze dan aan een draad voor het raam.
Paasmandjes:
Snijd van fantasia papier een vierkantje van 10,5 x 10,5 cm. Vouw aan alle 4 zijden op 3,5 cm naar het midden. Je hebt nu 9 even grote vierkantjes.
Knip de vouwen in. Plak het vast. Je hebt nu het doosje.
Snijd van fantasiapapier een strook van 10,5 x 3,5 cm. Vouw het dubbel, haal het weer open, en vouw naar de middellijn. Vouw de strook nu dubbel. Je hebt nu het hengsel.
Maak het hengsel aan het doosje met behulp van fotoplakkertjes. Stop er de paaseitjes in.



Paashaasjes vouwen van een servet




Paashaasjes vouwen van een servet.







Je kunt ook een hele servet nemen (neem dan een dunnere servet, of haal 1 achterlaagje eraf.)
Begin nu met tekening 2.   




      
De voorkant en achterkant van de gevouwen servet.

dinsdag 21 maart 2017

VROLIJKE PAASHAZEN







Vrolijke paashazenfamilie                      

Benodigdheden:  A4 karton geel en half A4 karton lichtgeel
Papier: Kleine haasjes: 4 velletjes 5 x 5 cm  Grote haasjes: 4 velletjes 6 x 6 cm.
8 wiebeloogjes (kleine haasjes 3 mm en grote haasjes 4 mm)
 

Werkwijze:  Vouw de haasjes (mannetje:  1x groot en 1x klein en vrouwtje: 1x groot en 1x klein) zoals aangegeven. Plak de onderdelen aan elkaar met fotoplakkertjes of stukjes dubbelzijdig tape. Vouw het A4 karton dubbel, en snijd er 7 cm af. Snijd het lichtgele karton in de maat 22 x 10 cm. Plak ‘m op de dubbelgevouwen gele kaart.
Plak de haasjes erop. Teken de mondjes, en plak de oogjes op.
Werkwijze vouwdiagram: (ontwerp Zsuzsanna Kricskovics)

Hoofd mannetje en vrouwtje:

  1. Vouw de diagonalen, en snijd het papier schuin door.
  2. Kleur boven: vouw de punt naar boven, zie tekening.
  3. Vouw een klein puntje terug.
  4. Vouw de zijpunten naar achteren volgens tekening.
  5. Vouw de zijpuntjes een stukje naar achteren om.
Oren mannetje en vrouwtje:

  1. Wit boven: vouw de punt tot de bovenste lijn.
  2. Vouw beide zijpunten langs de middellijn omhoog.
  3. Zie tekening 3
  4. Bevestig de oren aan het hoofd.
Lijf mannetje:
  1. Wit boven: vouw de diagonalen.
  2. Vouw de zijpunten langs de kant naar boven.
  3. Vouw kleine puntjes terug (Dit zijn de handen)
  4. Bevestig hoofd en lijf aan elkaar.
Lijf vrouwtje:

  1. Vouw de diagonalen, en snijd het papier door.
  2. Wit boven: vouw de punt tot de bovenste lijn, en vouw de zijpunten naar beneden.
  3. Vouw de punten naar buiten toe om
  4. Vouw de puntjes weer terug.
  5. Het bovenlijfje is klaar.
  6. Neem voor het onderlijf het andere deel van het papier. Kleur boven: vouw de onderste punt naar achteren.
  7. Vouw de zijpunten naar achteren.
  8. Bevestig de armen aan het onderlijf, en maak het hoofd vast op het onderlijf.

dinsdag 14 maart 2017

GROETEN UIT HOLLAND









Nodig:
  • 3 vel dubbelzijdig gekleurd origamipapier 15 x 15 cm   en 6 theezakjes
  • Knipvel Holland 2018 en 2019 , stickervel letters
  • Vierkante kaart crème, huidkleur, blauw, paars, geel en bruin.
  •  splitpennen,  stuk stevig karton (voor de rondjes)

Werkwijze:    
 





Onderkant molen: 10 x 5 cm. Vouw de middellijn, en vouw de dalvouw lijnen. Vouw de zijpunten naar het midden. Draai het papier om.



Bovenkant molen: 10 x 5 cm. (Neem nu de andere kant van het papier als bovenkant) Vouw de middellijn, en vouw de dalvouw lijnen. Maak een dalvouw naar rechts, een ½ cm van de middellijn af. Vouw weer terug tot op de middellijn. Herhaal stap 5 en 6 aan de andere kant. Je kunt de voorkant gebruiken (zie bruine molen) maar je kunt ook de andere kant als voorkant nemen( zie rode molen). Plak de onderkant en de bovenkant van de molen aan elkaar vast.



De wieken:  Snijd 2 velletjes van 5 x 5 cm. Snijd ze diagonaal door. Vouw de dalvouw lijn. Vouw de dalvouw lijn naar boven, zoals aangegeven. Vouw de andere 3 wieken. Haak de wieken in elkaar, en zet ze vast met een beetje fotolijm. De 4e molen wordt gemaakt met het overgebleven origamipapier.



Afwerking: Snijd, knip of pons uit het stukje karton 2 cirkels van 14 mm. Plak er 1 achter de wieken, en 1 aan de bovenkant van de molen. Pons dan in beide een gaatje. Bevestig de wieken aan de molen met behulp van de splitpen. De wieken kunnen nu draaien. Snijd de crème en huidkleur kaart in de maat 13 x 13 cm. Rond de hoeken eventueel af met een afrond ponsje of billen pons. Plak de molen op, plak alleen het onderste deel op de kaart, zo kunnen de wieken op de kaart blijven draaien. Knip uit reststukjes origami papier een raam en een deur, en plak ze op de molen. Knip de plaatjes uit het knipvel, werk ze op in 3D en plak ze op de kaart. 


 



Plak de vierkante kaart op de dubbelgevouwen vierkante kaart. Maak tot slot een leuke tekst met het letter stickervel.



Tip: Vouw de molen eens van theezakjes. Snijd 6 velletjes in de maat 4,5 x 4,5 cm.  De onderkant en de bovenkant van de molen bestaan nu steeds uit 2 delen. Volg verder het vouwdiagram zoals aangegeven staat.

 

Parapluutje…parasolletje..



Parapluutje…parasolletje.. de ene voor de regen en de ander voor de zon!!!
          



  ontwerp Zsuzsanna Kricskovics




 



Nodig: Parapluutje 1 vel origamipapier Cube 15 x 15 cm. (1811) 1 satéprikker en een houten kraaltje.
Parasolletje: 1 vel origamipapier roosjes 15 x 15 cm.(1816) en een rietje.
Werkwijze:
  1. Snijd het papier in 4 delen van 7,5 x 7,5 cm. Vouw de diagonalen.
  2. Vouw de zijkanten naar het midden.
  3. Maak links en rechts een spreidvouw.
  4. Vouw 2 hoekjes om.
  5. Vouw het linkerdeel op het middendeel.
  6. En vouw het op de helft weer terug.
  7. Herhaal stap 5 en 6.
  8. Vouw het geheel naar achteren dubbel.
  9. Vouw nog 3 segmenten.
  10. Leg de segmenten open voor je neer, elk segment bestaat uit 3 delen. Plak deel 1 vast aan deel 3 van het 2e segment.
  11. Herhaal dit met de andere segmenten, en sluit het laatste segment aan het 1ste segment.
  12.  Haal er een stokje(parapluutje) of rietje (parasolletje) door.  Het parasolletje kun je in een glaasje limonade zetten, of in een ijsje prikken.

dinsdag 6 december 2016

KERST IN HET KABOUTERBOS



Kerst in het kabouterbos      

Het is stil in het bos. Alle kabouters slapen, na een nacht hard werken. Het sneeuwt. Dikke vlokken dwarrelen naar beneden. Maar hé wat zie ik. Is één kabouter nog wakker?  

Nee het is geen kabouter, maar het is Fredje Vouwbeen, die bij de kabouters in het bos woont.
Maar wat is dat nu?  Fredje heeft  zijn jas aan, en een muts op. Hij heeft zijn pyjama nog helemaal niet aan. Hij zit voor het raam, te kijken naar de sneeuw.

Moet jij niet naar bed Fred?    
Nee Fredje heeft een plannetje. Het is bijna Kerst, en hij wil de kabouters verrassen. Hij wil de grootste kerstboom van het bos omzagen en meenemen.
Die moet hij helemaal aan de andere kant van het bos halen.
De slee en een zaag liggen al klaar.  Fredje wacht tot hij zeker weet dat iedereen slaapt.
Stilletjes loopt hij het huis uit, neemt de zaag en de slee mee, en gaat op weg.

Het sneeuwt niet meer, maar de bomen en de paddenstoelhuisjes zijn mooi wit.   Fredje stapt stevig door. In de sneeuw zie je de voetstappen en lange strepen van de slee.  Eindelijk… daar staat ie!   De grootste kerstboom van het bos.  

Vlug begint hij te zagen. Pff wat een werk, en wat krijgt ie het warm. Had ik dit niet beter samen met de kabouters kunnen doen?   Nee, natuurlijk niet,  dan is het toch geen verrassing meer.
Fredje zaagt en zaagt maar door. En ja   kr…aaaaak    hoort Fredje. Nu nog even doorzagen. Maar dan oei, wat gebeurt er nu? De boom valt om.

Fredje wil snel wegrennen, maar hij zit vast in de dikke sneeuwlaag.
Bam de boom ligt op de grond, met…. Fredje eronder.  
 Au au   mijn been…..roept Fredje.  Oooh wat nu.  Hij probeert zijn been onder de boom weg te trekken, maar het lukt niet. De boom is veel te zwaar.   Dikke tranen van verdriet rollen over zijn wangen. 
Hij roept  “Help  help” maar niemand hoort hem.

In het kabouterbos worden de kabouters wakker. Ze zien overal sneeuw. Ze dansen in het rond, en gooien elkaar met sneeuwballen. “Hé Fredje is nog niet wakker” Zullen we ‘m eens ff met sneeuw wassen, roept  één van de kabouters. Met zijn allen rennen ze naar Fred’s huisje.

Maar…. Waar is Fredje?  Zijn bed is netjes opgemaakt, en zijn pyjama ligt opgevouwen op het kussen.  “ Fredje …waar ben je?.”   Dan roept één van de kabouters  Kijk hier eens…   voetstappen en strepen. Van wie zijn die voetstappen?  

De kabouters volgen de voetstappen, steeds verder het bos in. Ze begrijpen er niets van. Is Fredje weggelopen? Vond hij het niet leuk meer bij de kabouters?  Waarom heeft hij dan niets gezegd? De kabouters willen vrolijke Fredje niet missen, en verdrietig lopen ze verder.

Om beurten roepen ze “Fredje…..Fredje.. “ en tegelijk blijven ze doorlopen en de voetstappen volgen.    
Ze roepen weer “Fredje…..Fredje..!!”  

Wat is dat?  Hoor ik wat, roept één van de kabouters, of is dat de wind?   Ze staan muisstil, en ja hoor  daar horen ze het weer.
Het klinkt als: ” Hellup...”  En weer horen ze   “Hellup..”.
De kabouters beginnen te rennen, en dan zien ze een omgevallen boom en een sleetje.
En wat nog meer?   Fredje!!!  Wat zijn ze blij dat ze ‘m gevonden hebben.

Vlug proberen ze Fredje te bevrijden. Met zijn allen duwen ze de boom een eindje omhoog, en één van de kabouters trekt aan Fredje’s armen.   1…2.    hup. Fredje is bevrijd. Maar als hij wil gaan staan, schreeuwt hij van de pijn. Oh au mijn been.
Fredje heeft zijn been gebroken.

Vlug leggen ze Fredje op de slee, en ze trekken ‘m voorzichtig naar huis. De andere kabouters slepen met zijn allen de kerstboom mee.
Thuis in het bos krijgt Fred mooi gips om zijn been. Alle kabouters zetten er hun handtekening op. En Fredje wordt de hele dag op de slee rondgereden.
De kerstboom wordt dicht bij de huisjes gezet. De boom wordt mooi versierd met lampjes.


Met zijn allen gaan ze heel veel Kerstmannetjes vouwen, die ze allemaal in de boom hangen.
Ook Fredje doet mee. “Natuurlijk!!!” lacht hij:
“Ik mankeer toch niks aan mijn handjes??”


En vrolijk lachen de kabouters met ‘m mee.


*****Vouw Kerstmannetjes groot(15 x 15 cm) en klein (12 x 12 cm) en hang ze bij jouw thuis in de kerstboom.********








 Vouw een mobile van 10 Kerstmannetjes.
Hang de mobile voor het raam.