woensdag 22 maart 2017

Paashaasjes vouwen






Vrolijke Paashaasjes

Benodigdheden:
  • Origamipapier 7,5 x 7,5 cm(voor de kleine paashaasjes)
  • Origamipapier 15 x 15 cm (voor de grote paashazen)
  • Wiebeloogjes (4 mm en 8 mm) fotoplakkertjes
  • Gaatjes ponstang middel en groot
  • Papicolor fantasiapapier geel
  • Paaseitjes

Werkwijze:
 Snijd het origamiblaadje schuin door. 1 deel is voor het hoofd het andere deel is voor het lijf.
Hoofd:
  1. Vouw naar de punt en weer terug.
  2. Vouw tot eenderde deel naar boven
  3. Vouw de zijpunten langs de middellijn naar boven
  4. Draai het om, vouw de punt naar achteren.
  5. Vouw de onderste punt naar achteren.
  6. Het hoofd is klaar.
Lijf:
  1. Vouw naar de punt en weer terug.
  2. Vouw het langs de middellijn naar beneden
  3. Vouw de onderste driehoekjes tussen de laagjes papier
  4. Vouw tot eenderde deel naar boven
  5. Draai het om
  6. Vouw de zijflapjes
  7. Het lijf is klaar.
  8. Bevestig hoofd en lijf aan elkaar met een fotoplakkertje, plak de oogjes op, pons het neusje en teken het mondje.    Maak er een hele reeks, groot en klein, en hang ze dan aan een draad voor het raam.
Paasmandjes:
Snijd van fantasia papier een vierkantje van 10,5 x 10,5 cm. Vouw aan alle 4 zijden op 3,5 cm naar het midden. Je hebt nu 9 even grote vierkantjes.
Knip de vouwen in. Plak het vast. Je hebt nu het doosje.
Snijd van fantasiapapier een strook van 10,5 x 3,5 cm. Vouw het dubbel, haal het weer open, en vouw naar de middellijn. Vouw de strook nu dubbel. Je hebt nu het hengsel.
Maak het hengsel aan het doosje met behulp van fotoplakkertjes. Stop er de paaseitjes in.



Paashaasjes vouwen van een servet




Paashaasjes vouwen van een servet.







Je kunt ook een hele servet nemen (neem dan een dunnere servet, of haal 1 achterlaagje eraf.)
Begin nu met tekening 2.   




      
De voorkant en achterkant van de gevouwen servet.

dinsdag 21 maart 2017

VROLIJKE PAASHAZEN







Vrolijke paashazenfamilie                      

Benodigdheden:  A4 karton geel en half A4 karton lichtgeel
Papier: Kleine haasjes: 4 velletjes 5 x 5 cm  Grote haasjes: 4 velletjes 6 x 6 cm.
8 wiebeloogjes (kleine haasjes 3 mm en grote haasjes 4 mm)
 

Werkwijze:  Vouw de haasjes (mannetje:  1x groot en 1x klein en vrouwtje: 1x groot en 1x klein) zoals aangegeven. Plak de onderdelen aan elkaar met fotoplakkertjes of stukjes dubbelzijdig tape. Vouw het A4 karton dubbel, en snijd er 7 cm af. Snijd het lichtgele karton in de maat 22 x 10 cm. Plak ‘m op de dubbelgevouwen gele kaart.
Plak de haasjes erop. Teken de mondjes, en plak de oogjes op.
Werkwijze vouwdiagram: (ontwerp Zsuzsanna Kricskovics)

Hoofd mannetje en vrouwtje:

  1. Vouw de diagonalen, en snijd het papier schuin door.
  2. Kleur boven: vouw de punt naar boven, zie tekening.
  3. Vouw een klein puntje terug.
  4. Vouw de zijpunten naar achteren volgens tekening.
  5. Vouw de zijpuntjes een stukje naar achteren om.
Oren mannetje en vrouwtje:

  1. Wit boven: vouw de punt tot de bovenste lijn.
  2. Vouw beide zijpunten langs de middellijn omhoog.
  3. Zie tekening 3
  4. Bevestig de oren aan het hoofd.
Lijf mannetje:
  1. Wit boven: vouw de diagonalen.
  2. Vouw de zijpunten langs de kant naar boven.
  3. Vouw kleine puntjes terug (Dit zijn de handen)
  4. Bevestig hoofd en lijf aan elkaar.
Lijf vrouwtje:

  1. Vouw de diagonalen, en snijd het papier door.
  2. Wit boven: vouw de punt tot de bovenste lijn, en vouw de zijpunten naar beneden.
  3. Vouw de punten naar buiten toe om
  4. Vouw de puntjes weer terug.
  5. Het bovenlijfje is klaar.
  6. Neem voor het onderlijf het andere deel van het papier. Kleur boven: vouw de onderste punt naar achteren.
  7. Vouw de zijpunten naar achteren.
  8. Bevestig de armen aan het onderlijf, en maak het hoofd vast op het onderlijf.

dinsdag 14 maart 2017

GROETEN UIT HOLLAND









Nodig:
  • 3 vel dubbelzijdig gekleurd origamipapier 15 x 15 cm   en 6 theezakjes
  • Knipvel Holland 2018 en 2019 , stickervel letters
  • Vierkante kaart crème, huidkleur, blauw, paars, geel en bruin.
  •  splitpennen,  stuk stevig karton (voor de rondjes)

Werkwijze:    
 





Onderkant molen: 10 x 5 cm. Vouw de middellijn, en vouw de dalvouw lijnen. Vouw de zijpunten naar het midden. Draai het papier om.



Bovenkant molen: 10 x 5 cm. (Neem nu de andere kant van het papier als bovenkant) Vouw de middellijn, en vouw de dalvouw lijnen. Maak een dalvouw naar rechts, een ½ cm van de middellijn af. Vouw weer terug tot op de middellijn. Herhaal stap 5 en 6 aan de andere kant. Je kunt de voorkant gebruiken (zie bruine molen) maar je kunt ook de andere kant als voorkant nemen( zie rode molen). Plak de onderkant en de bovenkant van de molen aan elkaar vast.



De wieken:  Snijd 2 velletjes van 5 x 5 cm. Snijd ze diagonaal door. Vouw de dalvouw lijn. Vouw de dalvouw lijn naar boven, zoals aangegeven. Vouw de andere 3 wieken. Haak de wieken in elkaar, en zet ze vast met een beetje fotolijm. De 4e molen wordt gemaakt met het overgebleven origamipapier.



Afwerking: Snijd, knip of pons uit het stukje karton 2 cirkels van 14 mm. Plak er 1 achter de wieken, en 1 aan de bovenkant van de molen. Pons dan in beide een gaatje. Bevestig de wieken aan de molen met behulp van de splitpen. De wieken kunnen nu draaien. Snijd de crème en huidkleur kaart in de maat 13 x 13 cm. Rond de hoeken eventueel af met een afrond ponsje of billen pons. Plak de molen op, plak alleen het onderste deel op de kaart, zo kunnen de wieken op de kaart blijven draaien. Knip uit reststukjes origami papier een raam en een deur, en plak ze op de molen. Knip de plaatjes uit het knipvel, werk ze op in 3D en plak ze op de kaart. 


 



Plak de vierkante kaart op de dubbelgevouwen vierkante kaart. Maak tot slot een leuke tekst met het letter stickervel.



Tip: Vouw de molen eens van theezakjes. Snijd 6 velletjes in de maat 4,5 x 4,5 cm.  De onderkant en de bovenkant van de molen bestaan nu steeds uit 2 delen. Volg verder het vouwdiagram zoals aangegeven staat.

 

Parapluutje…parasolletje..



Parapluutje…parasolletje.. de ene voor de regen en de ander voor de zon!!!
          



  ontwerp Zsuzsanna Kricskovics




 



Nodig: Parapluutje 1 vel origamipapier Cube 15 x 15 cm. (1811) 1 satéprikker en een houten kraaltje.
Parasolletje: 1 vel origamipapier roosjes 15 x 15 cm.(1816) en een rietje.
Werkwijze:
  1. Snijd het papier in 4 delen van 7,5 x 7,5 cm. Vouw de diagonalen.
  2. Vouw de zijkanten naar het midden.
  3. Maak links en rechts een spreidvouw.
  4. Vouw 2 hoekjes om.
  5. Vouw het linkerdeel op het middendeel.
  6. En vouw het op de helft weer terug.
  7. Herhaal stap 5 en 6.
  8. Vouw het geheel naar achteren dubbel.
  9. Vouw nog 3 segmenten.
  10. Leg de segmenten open voor je neer, elk segment bestaat uit 3 delen. Plak deel 1 vast aan deel 3 van het 2e segment.
  11. Herhaal dit met de andere segmenten, en sluit het laatste segment aan het 1ste segment.
  12.  Haal er een stokje(parapluutje) of rietje (parasolletje) door.  Het parasolletje kun je in een glaasje limonade zetten, of in een ijsje prikken.

dinsdag 6 december 2016

KERST IN HET KABOUTERBOS



Kerst in het kabouterbos      

Het is stil in het bos. Alle kabouters slapen, na een nacht hard werken. Het sneeuwt. Dikke vlokken dwarrelen naar beneden. Maar hé wat zie ik. Is één kabouter nog wakker?  

Nee het is geen kabouter, maar het is Fredje Vouwbeen, die bij de kabouters in het bos woont.
Maar wat is dat nu?  Fredje heeft  zijn jas aan, en een muts op. Hij heeft zijn pyjama nog helemaal niet aan. Hij zit voor het raam, te kijken naar de sneeuw.

Moet jij niet naar bed Fred?    
Nee Fredje heeft een plannetje. Het is bijna Kerst, en hij wil de kabouters verrassen. Hij wil de grootste kerstboom van het bos omzagen en meenemen.
Die moet hij helemaal aan de andere kant van het bos halen.
De slee en een zaag liggen al klaar.  Fredje wacht tot hij zeker weet dat iedereen slaapt.
Stilletjes loopt hij het huis uit, neemt de zaag en de slee mee, en gaat op weg.

Het sneeuwt niet meer, maar de bomen en de paddenstoelhuisjes zijn mooi wit.   Fredje stapt stevig door. In de sneeuw zie je de voetstappen en lange strepen van de slee.  Eindelijk… daar staat ie!   De grootste kerstboom van het bos.  

Vlug begint hij te zagen. Pff wat een werk, en wat krijgt ie het warm. Had ik dit niet beter samen met de kabouters kunnen doen?   Nee, natuurlijk niet,  dan is het toch geen verrassing meer.
Fredje zaagt en zaagt maar door. En ja   kr…aaaaak    hoort Fredje. Nu nog even doorzagen. Maar dan oei, wat gebeurt er nu? De boom valt om.

Fredje wil snel wegrennen, maar hij zit vast in de dikke sneeuwlaag.
Bam de boom ligt op de grond, met…. Fredje eronder.  
 Au au   mijn been…..roept Fredje.  Oooh wat nu.  Hij probeert zijn been onder de boom weg te trekken, maar het lukt niet. De boom is veel te zwaar.   Dikke tranen van verdriet rollen over zijn wangen. 
Hij roept  “Help  help” maar niemand hoort hem.

In het kabouterbos worden de kabouters wakker. Ze zien overal sneeuw. Ze dansen in het rond, en gooien elkaar met sneeuwballen. “Hé Fredje is nog niet wakker” Zullen we ‘m eens ff met sneeuw wassen, roept  één van de kabouters. Met zijn allen rennen ze naar Fred’s huisje.

Maar…. Waar is Fredje?  Zijn bed is netjes opgemaakt, en zijn pyjama ligt opgevouwen op het kussen.  “ Fredje …waar ben je?.”   Dan roept één van de kabouters  Kijk hier eens…   voetstappen en strepen. Van wie zijn die voetstappen?  

De kabouters volgen de voetstappen, steeds verder het bos in. Ze begrijpen er niets van. Is Fredje weggelopen? Vond hij het niet leuk meer bij de kabouters?  Waarom heeft hij dan niets gezegd? De kabouters willen vrolijke Fredje niet missen, en verdrietig lopen ze verder.

Om beurten roepen ze “Fredje…..Fredje.. “ en tegelijk blijven ze doorlopen en de voetstappen volgen.    
Ze roepen weer “Fredje…..Fredje..!!”  

Wat is dat?  Hoor ik wat, roept één van de kabouters, of is dat de wind?   Ze staan muisstil, en ja hoor  daar horen ze het weer.
Het klinkt als: ” Hellup...”  En weer horen ze   “Hellup..”.
De kabouters beginnen te rennen, en dan zien ze een omgevallen boom en een sleetje.
En wat nog meer?   Fredje!!!  Wat zijn ze blij dat ze ‘m gevonden hebben.

Vlug proberen ze Fredje te bevrijden. Met zijn allen duwen ze de boom een eindje omhoog, en één van de kabouters trekt aan Fredje’s armen.   1…2.    hup. Fredje is bevrijd. Maar als hij wil gaan staan, schreeuwt hij van de pijn. Oh au mijn been.
Fredje heeft zijn been gebroken.

Vlug leggen ze Fredje op de slee, en ze trekken ‘m voorzichtig naar huis. De andere kabouters slepen met zijn allen de kerstboom mee.
Thuis in het bos krijgt Fred mooi gips om zijn been. Alle kabouters zetten er hun handtekening op. En Fredje wordt de hele dag op de slee rondgereden.
De kerstboom wordt dicht bij de huisjes gezet. De boom wordt mooi versierd met lampjes.


Met zijn allen gaan ze heel veel Kerstmannetjes vouwen, die ze allemaal in de boom hangen.
Ook Fredje doet mee. “Natuurlijk!!!” lacht hij:
“Ik mankeer toch niks aan mijn handjes??”


En vrolijk lachen de kabouters met ‘m mee.


*****Vouw Kerstmannetjes groot(15 x 15 cm) en klein (12 x 12 cm) en hang ze bij jouw thuis in de kerstboom.********








 Vouw een mobile van 10 Kerstmannetjes.
Hang de mobile voor het raam.

zondag 27 november 2016

Fredje Vouwbeen en het feest van Sinterklaas


Fredje Vouwbeen en de kabouters    Het feest van Sinterklaas     deel 1

Zeg , hebben jullie je verlanglijstje voor Sinterklaas al klaar, vraagt Fredje op een dag in november aan zijn kaboutervriendjes.
De kabouters zitten in een grote kring om Fredje heen.
Ze kijken ‘m verbaasd aan. Sinterklaas???  Wie is dat?  Nooit van gehoord.
Daar begrijpt Fredje niks van. Nog nooit van Sinterklaas gehoord?? 
En van de zwarte Pietjes die ‘m helpen?  Fredje gaat in zijn boek op zoek naar plaatjes van de Sint en zijn Pieten.  En dan vertelt hij het verhaal van Sint.  De kabouters hangen aan zijn lippen.

Sinterklaas is al heel oud. Hij woont in Spanje met zijn Pieten. Maar als hij bijna jarig is, komt hij naar Nederland. Daar koopt hij dan heel veel cadeautjes. Nee niet voor zijn eigen verjaardag, maar voor alle kinderen in Nederland. De cadeautjes worden ’s nachts door de Pieten gebracht.  Meestal klimmen de Pietjes dan door de schoorsteen, en leggen de cadeautjes bij de kachel.  

De kabouters luisteren ademloos.  Maarrr hoe weet Sinterklaas dan wat de kinderen willen?    Ennne ??…  Nou zegt Fredje. Daarom maken alle kinderen een verlanglijstje, en dan kijken Sint en de Pieten of het allemaal kan, en dan brengen ze het.
Zou Sint ook bij ons kunnen komen??    Hoe weet hij waar we wonen?  

Juist  zegt Fredje. Daarom moeten we een verlanglijstje maken, en Sint vertellen waar we wonen, anders kan hij het natuurlijk niet brengen.
Opgewonden beginnen de kabouters door elkaar heen te praten.  Ik wil wel een trap, roept Pukky.  Dan kan ik overal beter bij. Oh zegt Warrel, dan vraag ik een agenda.  Ik wil wel een kam, roept Woest.  Ha ha zegt Harky   , dan weet ik ook nog wel iets.  Allemaal roepen ze door elkaar heen. Hoho roept Fredje. Zo gaat dat natuurlijk niet.
Ik heb hier een vel papier en een potlood, en dan noemen jullie allemaal 1 ding, wat je graag wilt hebben.  De kabouters denken diep na.  En om de beurt vraagt Fredje wat ze willen.

Oh oh wat is dat moeilijk. Sommige kabouters willen wel 3 dingen, maar dat kan natuurlijk niet.
De een wil een nieuwe zakdoek, de ander een muts, en Vrolijk wil een mondharmonica.
Fredje heeft al snel een heel lijstje vol.
Hij knabbelt even op zijn potlood. Wat zal ik vragen??   Nou.. ik denk dat ik maar een nieuw vouwbeentje vraag.   De mijne is wel erg versleten de laatste tijd hier in het bos.

Eindelijk zijn ze klaar. Het is een lange lijst geworden.
Fredje vouwt het papier een paar keer dubbel, en stopt het in een envelop.
Maar??  Wie moet de brief nu naar de Sint brengen?  Daar hebben de kabouters geen twijfel over. Dat doet Fredje natuurlijk. Hij weet tenslotte de weg.   

Een diepe frons komt er op Fredje’s voorhoofd.  Dat kan wel zijn, maar het duurt natuurlijk weken voor ik dan bij de Sint ben. En dan is hij al lang weer terug naar Spanje. De kabouters zuchten.  Zou het nu niet door kunnen gaan?
Fredje bladert in zijn vouwboek, om te zoeken naar een oplossing.  Een fiets??  Nee duurt te lang.  Een auto??    Nee gaat ook niet.   Wacht…. Wat zie ik hier. Zevenmijlslaarzen.   Die moeten we hebben. Fredje zoekt heel stevig papier, en samen gaan ze aan het vouwen.

Het worden laarzen met een hele mooie strik.  Fredje trekt ze aan, en gaat op weg. Alle kabouters zwaaien en roepen   tot gauw…    en….  weg is Fredje.     Zou het ‘m lukken ???


Vouw een paar laarsjes voor Fredje



Fredje Vouwbeen en de kabouters   Het feest van Sinterklaaas   deel 2

In het grote huis van Sinterklaas is het een drukte van belang. Overal staan cadeautjes,  inpakpapier, jute zakken, en pietjes rennen heen en weer.

In de pietenkeuken ruikt het heerlijk naar pepernoten.
Daar komt de postpiet aan met een grote zak met post.
Hij gooit de zak voor de voeten van Sint om, en wel duizend brieven vallen eruit.

Oh oh  zegt Sint. Wat veel, Piet. Als ik het allemaal maar op tijd klaar krijg.
Maar Sinterklaas, wij helpen U toch.  En in een mum zitten er wel 10 Pieten om Sinterklaas heen die de brieven openmaken en lezen, en opschrijven in het grote boek.
Na een uurtje zijn ze klaar.

Maarr  dan ziet kleine pietje  nog iets voor de voeten van Sint liggen. Een heel klein envelopje.
Sint Sint   roept pietje.  Hier is nog een envelop, en die is nog niet opengemaakt. Hee er zit een mini mini briefje in, roept Pietje.
Niemand kan lezen wat er op staat. Zo klein is het.

Sint Sint  hier… een vergrootglas. Iedereen zit nu doodstil om de Sint heen.
Dag Sinterklaas, staat er. U kent me wel, ik ben Fredje Vouwbeen. Al een half jaar woon ik bij de kabouters, en ze hebben nog nooit bezoek van U gehad. Kunt u ook een keertje bij ons komen?

Sint leest alle wensen. Aan de slag Pieten!! Daar moeten we natuurlijk naartoe. Zoek alles bij elkaar. Dan kan ons kleine Pietje het wel gaan brengen. De volgende dag gaat pietje op weg.

Grote Piet heeft ‘m met de helikopter tot het bos gebracht. Pietje loopt alleen verder.  Ja, daar ziet hij al de paddestoelen met de schoorstenen en de ramen. Vlug klimt Pietje op het dak van de grootste paddestoel. Hij zwaait zijn benen in de schoorsteen, en hij wil zich langzaam verder laten zakken.
Maar dan ooh  ohh.  Pietje zit klem. Wat nu?  
Help Help!! Maar het is doodstil in het bos. Niemand hoort Pietje roepen.…

Opeens .. wat hoort Pietje daar? Gezang. Het lijkt wel of het steeds dichterbij komt. Het zijn de kabouters en Fredje, die terugkomen van hun werk in het bos. Pietje roept nu weer zo hard als hij kan: Help Help !!!!!  hij krijgt het nu echt benauwd.

De kabouters kijken verschrikt. Wie zit er boven op het dak van Fredje’s huis? Een zwart mannetje  met een grote muts. En naast de schoorsteen staat een grote jute zak. Fredje weet natuurlijk meteen wie dat is.  Hee zwarte Piet, roept Fredje  Wat doe je nou dan toch ??   Dat is toch veel te klein om door te klimmen. 

Ja snikt Pietje  maar zo.hoo doehoe ik het toch altijdddd. 
Rustig maar ,zegt Fredje, Ik heb wel een idee: kabouters  hou mij vast, roept ie  en dan steekt hij zijn vouwbeen omhoog. Pakken… Pietje!  Pietje pakt het vouwbeen stevig vast. Fredje en de kabouters lopen heel langzaam achteruit.
Fredje trekt stevig aan het vouwbeen en dan ineens: Floep!! Pietje vliegt de schoorsteen uit. En valt op het dak. Wat is hij opgelucht.
Vlug klimt hij het dak af. De kabouters staan nu allemaal om Pietje heen.  Pietje krijgt snel een glaasje water voor de schrik, ja en dan…     laat ie natuurlijk gauw zien wat er in die grote zak zit.
Wat zijn de kabouters blij.  Een nieuwe hark, een bezem, zelfs de mondharmonica. En helemaal onderin zit…. Een nieuw vouwbeentje. Iedereen is blij.
Nadat ze samen met Pietje nog wat pepernoten hebben gegeten, zwaaien ze Pietje uit. Hij kan natuurlijk niet al te lang blijven.

Tot ziens  tot volgend jaar!!!    Ja… roept Fredje.  En dan niet meer door de schoorsteen he!!!
Pietje lacht.. maakt een duikeling in het bos en…. Weg is ie.

Vouw de pietenmuts