dinsdag 20 oktober 2026

STORM IN HET BOS

 

 

In het kabouterbos liggen alle kabouters en Fredje te slapen.

Na een nacht hard werken zijn ze al snel hun bedje ingedoken.

Alleen ‘Wakkie” slaapt nog niet.

Hij heeft altijd wat langer tijd nodig om in slaap te komen.

Hij zit voor het raam, en kijkt naar alle huisjes, de bomen, en de vogels.

De vogels vliegen wat onrustig heen en weer.

Plots wordt het heel donker, en het gaat waaien, de takken zwiepen heen en weer.

De regen kleddert nu keihard tegen de ramen.

Brr, blij dat ik nu niet naar buiten hoef, denkt Wakkie.

Het begint steeds harder te waaien, takken breken af, en vallen op de paddenstoel huisjes.

Oei, als dat maar goed gaat.

Het gaat nu echt stormen.

De wind blaast door de kale bomen.

Krak.. wat is dat?  O jee, een tak steekt door het dak van Wakkie’s huis, en maakt een groot gat.

En jawel hoor, de regen kleddert nu naar binnen, op het bed van Wakkie.

Gauw zet hij een teiltje op het bed.

Maar dan..  nog een gat in het dak.

O nee!

Vlug pakt hij zijn slaapzak, en zijn sloffen, en hij rent naar buiten.

Welk huisje is het sterkste, en kan tegen deze zware storm?

Natuurlijk: het huisje van Fredje.

 Snel rent hij naar Fredje.

Hij klopt op de deur.

Mag ik hier slapen?  In mijn huisje lekt het overal.

Fredje was ook al wakker geworden van de storm.

En, net als hij zegt, kom maar, wordt er weer op de deur geklopt.

Steeds meer kabouters komen met slaapzak en al binnen.

Natuurlijk mogen ze allemaal blijven, maar… de storm gaat steeds harder te keer.

En Fredje is bang, dat ook het dak van zijn huisje stukslaat.

Wat nu?

Hij grijpt het grote stevige kleed van de tafel, en knipt het in kleine vierkante stukken.

Als jullie nu allemaal een deel van een paraplu vouwen, dan lijm ik ze snel aan elkaar, en dan maak ik de plu vast aan mijn vouwbeen.

Die duw ik dan door de schoorsteen naar buiten.

En als hij dan uitklapt, moeten er 4 van jullie met een hamer en spijkers klaarstaan.

Dan kun je in alle hoeken een deel vastmaken.

Snel gaan ze aan de slag, geen tijd te verliezen.

Het dak kraakt en schudt al.

Zijn ze nog op tijd? 

Spijker, Woest, Klimmy en Boris staan al klaar buiten, om de hoekpunten van de paraplu vast te maken.

Daar zien ze heel langzaam de paraplu uit de schoorsteen steken.

Als de paraplu nu maar niet door de wind naar boven klapt.

Stevig houden ze elk een punt van de paraplu vast, en timmeren het in het uiteinde van het dak. 

Wat een zwaar karwei, maar het lukt.

Tevreden gaan ze terug naar binnen.

Het blijft lekker droog in Fredjes huis.

Ze blijven allemaal slapen.

Heel langzaam wordt het weer rustig in het bos.

Als de kabouters en Fredje uitgeslapen zijn, lopen ze  naar hun eigen huisje.

O nee, bijna alle paddenstoelhuisjes zijn stuk.

Vlug gaan ze met zijn allen aan de gang: de daken repareren, de huisjes dweilen, en alle kleding en de gordijnen wassen.

Ze redden het niet in één nacht.

Maar dat vinden ze niet erg: logeren bij Fredje is reuze gezellig.

En ook Fredje vindt het geen probleem.

Zijn huisje is dankzij de paraplu helemaal droog gebleven.

Voor ze gaan slapen, zitten de kabouters nog gezellig bij elkaar, ze drinken eikeltjeskoffie ,en spelen allerlei spelletjes, en dansen in het rond.

 




 

 

 

 

 

 

 

 

Vragenlijst  deel 12     Storm

 

1.  Alle kabouters slapen, maar wie is er nog wakker?

A   Fredje

B  Wakkie

C Boris

D Klimmy

 

2.  Waarom is Wakkie blij, dat hij niet naar buiten hoeft?

A.  hij wil een boek lezen.

B.  hij wil graag voor het raam zitten.

C.  Het regent en het gaat stormen.

D. Hij wil koffie drinken.

 

3.  Wat neemt Wakkie mee, als hij naar buiten rent.

A  zijn radio

B  zijn kopje koffie

C  een paraplu

D  zijn slaapzak en zijn sloffen.

 

4.  Wat gaan ze vouwen, voor op het dak?

A Een paraplu

B    Een winterjas

C  Regenlaarzen

D. Een grote emmer

 

 

5:  Waarom is het huis van Fredje helemaal droog gebleven?

   A:  Hij had een mondkapje voor

  B:  De paraplu heeft de regen tegengehouden.

  C:  Hij had allemaal dekens tegen het plafond gemaakt.

  D: Hij had het hele huis vol emmers gezet.


 

*Vouw de paddenstoelhoed en steel van origamipapier: 15 x 15 cm .  

 Plak hoed en steel op een dubbelgevouwen A4 kaart.    

Knip het 3e vel origamipapier in vieren, en vouw er 4 parapludelen van. Plak ze aan elkaar.                Plak de zijdelen onder de hoed van de parapluhoed.  Plak een klein stukje van een rietje op, laat het iets uit de paraplu steken.  

Kopieer Fredje en de kabouters op stevig papier, en print ze uit (7½ cm hoog)   Knip ze uit. Plak ze op de kaart.  Plak een deur en ramen op de paddenstoel.       


 

donderdag 9 juli 2026

OP VAKANTIE

 



Fredje zit na een lange nacht hard werken in zijn tuinstoel heerlijk van de zon te genieten.

Eindelijk… het werd wel tijd.

Er was zoveel regen gevallen, het bos, de huisjes, de bomen, alles was kleddernat.

Bij enkele paddenstoelen moesten de schoorstenen gemaakt worden, de regen lekte zo naar binnen.

Maar.. nu is alles klaar. Wat hebben ze hard gewerkt.

Eerst even lekker uitrusten, en… het zonnetje schijnt door de bladeren. Fredje voelt de warme stralen op zijn hoofd. Hij soest langzaam weg, zijn ogen vallen dicht, en hij droomt, en droomt….

Als hij wakker wordt dan denkt hij: waar was ik toch?  Ik zag huisjes, kleine vliegtuigen, bootjes. En het was niet te groot voor me. Waar was ik?

Niet bij de Efteling, daar ben ik al eens geweest, maar daar is alles groot.

Fredje bladert door zijn boek, en ja hoor. Daar staat het: Madurodam.

Dat lijkt me leuk, ik ben al zo lang niet op vakantie geweest.

Misschien kunnen we er met zijn allen naartoe.

Hij roept al zijn kaboutervrienden uit het bos bij elkaar.

Hebben jullie zin om mee op vakantie te gaan?

Vakantie? Wat is dat?

Lekker luieren, genieten van de zon, nieuwe dingen zien…

Ja, maar alles is toch veel te groot voor ons?

Fredje lacht en zegt:  Ik weet iets!!  Madurodam!!

Speciaal gebouwd voor ons kleine mensen en kabouters.

Maar hoe kunnen we daar dan naar toe?

Lopen duurt veel te lang.

Daar heeft Fred ook al over nagedacht.

We maken een camper.

Een camper?

Ja, dat is eigenlijk een huis op wielen.

Je kunt er mee rijden, je kunt er ook in slapen, koffie zetten, eten koken.

Wow… een camper.

Fred zoekt in zijn vouwboek.

Ja.. gevonden.

Stevig papier moeten we hebben, want we moeten er met zijn allen in, en het is een heel stuk rijden.

Samen maken ze de camper. Fred vouwt ’m en de kabouters maken ramen, een deur, bedden, een keukentje, een stuur, stevige wielen.

De camper lijkt wel een beetje op de Jeep, zegt Slimpy.

Daar heb je gelijk in zegt Fred, hij is alleen veel groter dus we kunnen er met zijn allen in, en… we kunnen er ook in slapen.

Ze mogen allemaal een kleine rugzak inpakken, niet teveel, anders passen we er zelf niet meer in, zegt Fred.

Tja, wat moet er allemaal mee?  Extra kleding, pyjama, tandenborstel, leesboek.

En als ze dan ook nog een voorraad eten meegenomen hebben, kunnen ze op weg.

Goed je huisje afsluiten!! roept Fredje

En dan vertrekt de camper. Fredje aan het stuur. De kabouters springen op hun bed van plezier.

Hee zeg, zo kan ik niet rijden. Doe eens wat rustiger.

Ze gaan een boek lezen, samen een spelletje doen, zingen, of zomaar lekker languit op bed liggen, een dutje doen.

Niks doen.  Vakantie!!!

Fredje rijdt de hele nacht door, en als het al bijna licht

wordt, rijdt hij door de poorten van Madurodam.

De kabouters kijken hun ogen uit.

Kijk:  vliegtuigen, huizen, een kasteel, bootjes, een trein, allemaal voor ons gemaakt.

Ademloos kijken ze hoe Fred door de straatjes rijdt.


Het is overal muisstil, er is geen bezoek, de grote mensen slapen nu.

Wat gaan we nu doen, vraagt Pinky.


Ik denk, dat we eerst koffie zetten, wat eten, en dan wandelen we door de straten.  Fredje zet de camper op een veilige plek, onder een boom, zodat niemand 'm kan zien.

 

Ze stappen allemaal uit, en rennen naar de treinen. 

 Passen we er in?

Ze rijden wel 10 rondjes in de trein, en…. vergeten helemaal de tijd.

Ineens zien ze bij de poort heel veel grote mensen staan.

Vlug, we moeten ons verstoppen. Madurodam gaat open, de mensen komen er aan. Ze mogen ons niet zien!!

Er is geen tijd meer om naar de camper te rennen.

Fredje en de kabouters rennen kriskras door elkaar, en ze vliegen de huisjes binnen.

Een grote sprong, en ze liggen in bed. Pff net op tijd.

Het duurt niet lang, of ze slapen allemaal, muisstil is het.

Ze zien en horen niet, dat er kinderen door de ramen kijken en roepen:  Hier slaapt echt iemand.

Ja, hier ook, deze heeft een puntmuts op.

Ja, en hier zie ik een groot vouwbeen bij de deur staan, en een rugzak.

Ze slapen, en slapen  de hele dag, moe van de lange reis en van het rondrijden in de treintjes.

Ze dromen… en dromen….

Wat zullen ze vannacht doen, als de mensen weer naar huis zijn, en Madurodam weer helemaal van hun is...........????

Stappenplan camper



1. Neem een groot stuk vierkant papier.  Vouw de 2 rechte vouwen, en vouw het onderste deel naar de middellijn.

2. Vouw  de 2  schuine lijnen in, naar beneden .

3  zie foto 3.

4. vouw de punten om naar boven (wielen)

5. Draai het papier om

6. vouw het bovendeel naar beneden, iets verder dan de middellijn.

7. Vouw het linkerhoekje naar boven.

8. Vouw vanuit de punt weer een schuin stukje terug.

9. zie foto 9

10.  Maak ramen en deuren, stuur  enz